Ter Overweging

Woord van Kapelaan Pawel Banaszak

‘…Laat wie het hoort zeggen: Kom!’  (Apok. 22, 17)

Beste parochianen,

De zeven weken van de Paastijd gaan nu snel voorbij. Hij ontvouwt zich samen met het seizoen waarop de aangename warmte van de buitenlucht langzaam herstelt en de natuur terug tot zijn leven komt. De natuur heeft niet zoveel nodig om tot volle ontwikkeling te komen en ons zijn pracht te tonen. Dit was ook het seizoen waarin wij, net als de leerlingen van Jezus toentertijd, hebben weliswaar iets van de verrijzenis vernomen. Maar of het tot ons doorgedrongen heeft… dat is nog de vraag.

Het is interessant dat ook de harten van de apostelen veranderen niet zo meteen, zelfs niet na de nieuwe gestalte van zijn verheerlijkt lichaam te hebben gezien, met Hem na zijn Pasen gegeten te hebben enz. Zodra Hij niet meer bij hen zichtbaar aanwezig was, keerden ze terug in hun ontmoediging en heimwee, in onzekerheid en twijfel.

Daarom spreekt Jezus bij zijn ontmoetingen met hen over de noodzaak van iets anders nog: dat Hij heen moet gaan naar de Vader en dat zijn leerlingen in plaats daarvan de Geest van God zullen ontvangen: de Geest die de harten doordringt en sterkt, de Geest die iedere onzekerheid en twijfel bij hen laat verdwijnen; een Vuur en een Licht, de warmte die in staat is om ook ons mensen van binnen tot groei en bloei te laten komen.

En opdat dit mocht gebeuren nodigt Jezus zijn leerlingen uit om na zijn Hemelvaart een des te grotere nadruk te leggen op samen te komen en bidden. Bidden om die heilige Geest: ‘Kom heilige Geest, vervult de harten van uw gelovigen en ontsteek in hen het vuur van uw Liefde. Dan zal alles herschapen worden en U zult het aanschijn van de aarde vernieuwen’. Dit korte gebed is vooral sinds de Tweede Vaticaanse Concilie heel bekend en in gebruik geweest. De kerk heeft de Geest van God nodig en sinds haar geboorte op Pinksterdag is dit besef in haar altijd levend gebleven. Daarom roept ze steeds weer: Kom!

Jezus vraagt om dit ‘gebed van verlangen in ons’ want Hij wil ook ons, net als wat de natuur om ons heen, tot volle ontwikkeling en pracht brengen. Het gebed is een belangrijke sleutel. Hiermee maken wij het huis van onze harten klaar voor een wel verwachten Gast, tot de ruimte waarin Hij graag verblijft.

Pinksterfeest is dus niet een einde, het is pas het begin. Straks vieren wij niet meer in het wit maar in groen van de gewone ‘door het jaar’ periode. Maar laat je niet van de wijs brengen: het is juist deze ‘gewone tijd’ waarin God door zijn Geest steeds aanwezig in ons wilt zijn. Juist na Pinksteren brak een gewone tijd aan waarin de kerk onder leiding van Gods Geest tot een indrukwekkende groei en bloei is gekomen.

Ik wens u veel succes met alles wat u bezig houdt en als u vertrekt ook een mooie vakantie toe.

Kapelaan Pawel Banaszak