In Memoriam

Ria Janson - Koopman

* 27 juli 1938 - † 13 april 2019

Ria werd geboren in Den Helder als vierde kind en eerste dochter in een gezin van negen. Tijdens de oorlog kwam het gezin in Anna Paulowna wonen en haar eerste jaar lagere school doorliep Ria op  de Spoorbuurtschool. Na de bevrijding verhuisde het gezin terug naar Den Helder, waar zij de lagere school en de MULO doorliep. Hierna ging zij werken bij de Bijenkorf in Den Helder, op kantoor, en later bij de Boerenleenbank in Schagen.

Toen in 1961 de moeder van Wim Janson, aan wie zij al een paar jaar ‘kennis had’, plotseling kwam te overlijden, zegde ze haar baan op en is ze in huis gekomen bij Wim en zijn vader om te helpen in de huishouding. In 1961 trouwden Wim en Ria voor de wet en in 1962 ook voor de kerk. Zij kregen drie kinderen: Petra, Sandra en Richard. Vele jaren woonden zij aan de Meerweg, waar Ria zich bezighield met de (groente)tuin, de opvoeding van de kinderen en allerlei werkzaamheden op het bedrijf.

In 1985 werd Ria getroffen door een hersenbloeding. Een lange revalidatie volgde. Alles moest zij opnieuw leren, ze kende zelfs de naam van haar man niet meer. Ria liet zien dat zij een zeer sterke vrouw was; ze vocht zich terug en geestelijk werd zij weer helemaal de oude.  Nadat Wim in 1998 na een lang ziekbed overleed, bleef Ria nog geruime tijd aan de Meerweg wonen.

Totdat ze in 2005 naar de Molengang verhuisde, naar een prachtig helemaal aangepast appartement midden in het winkelcentrum van Anna Paulowna. Haar jeugdvriend Jan woonde ook aan de Molengang en samen hebben ze nog jaren allerlei activiteiten ondernomen. Toen het appartement te groot werd, ging ze terug naar Breezand, waar ze 7 jaar  in de Carrousel heeft gewoond, met prachtig uitzicht op het Hertenkamp.

Er kwamen steeds meer momenten dat extra zorg nodig was, totdat zelfstandig wonen geen optie meer was. Ria verhuisde naar Den Helder, haar geboortegrond, waar zij nog ruim drie jaar heerlijk heeft gewoond in De Zeester, alwaar zij liefdevol werd verzorgd. Op 13 april 2019 is zij in de Zeester rustig heengegaan, waarna wij haar hebben begraven bij Pa, op de begraafplaats naast de kerk.

 

T.M. Ruigrok-Konijn

* 1 januari 1932 - † 28 februari 2019

Tijd is onverbiddelijk.  Ik hoorde je laatst zeggen dat je wilde dat je weer twintig was. Dat zal niet meer zo zijn, al zou ik het je van harte gunnen. Geboren op 1 januari 1932 in het nabijgelegen ‘t Zand. Kind van een bakkersfamilie, jongste dochter van Alida en Hil en zus van Nel, Siem, Hil, Lien en Fie. Jij bent de laatste van jullie gezin die, naar je altijd hoopte, weer met elkaar verenigd zal worden. Een generatie is ingehaald door de voortschrijdende tijd.

Tijd is onverbiddelijk, want weet je nog dat jij opgroeide in een tijd waarin alles op z’n kop stond, je jullie ouderlijk huis met regelmaat moest verlaten door de oorlogsomstandigheden, maar dat er door jullie altijd weer een oplossing werd gevonden om weer terug te keren? Dat de omgeving waar je woonde je ruimte bood om op te groeien. Dat brood bakken en in een eerste levensbehoefte voorzien van velen, gewoon heel hard werken was in de bakkerij. En dat ieder en dus jij ook daaraan je steentje bijdroeg.

Een tijd ook waarin de zorg voor elkaar een onderdeel van je leven was. Als jong meisje op de fiets van ‘t Zand naar Wervershoof. Om iets te brengen uit jullie groente- en fruittuin of een helpende hand uit te steken bij jouw zus. Omdat dat nou eenmaal was wat je deed voor je familie. Ook het bakkersleven vroeg om uithoudingsvermogen. Mee met vader of zelf brood rondbrengen in de omgeving. Of zelfs huur ophalen als jonge meid van de huisjes van je vader.

In deze regio heb je je jonge jaren doorgebracht, ben je verliefd geworden en getrouwd. Een leven van zorgen en werken aan een toekomst voor man en bedrijf in Breezand. Vele uren besteed daarin terwijl de tijd onverbiddelijk doortikte. Gezelligheid met jullie opgroeiende gezin en zorgen in en om de bollen. Een gezin dat er opgroeide en ook weer uitvloog, waardoor nog maar eens duidelijk werd dat de tijd niet te stoppen was, maar snel doorging.

Na het leven in en voor het bedrijf kwam de tijd voor jezelf en je man. Doen waar je zin in had, je tuin, je plek aan de Meerweg en je tijd voor je kleinkinderen. Je hebt ze allemaal mogen zien opgroeien en over de vloer zien komen. Zelfs achterkleinkinderen kwamen er. Betrokken en stil genietend. Ze worden zo groot zei je, een teken dat je de tijd niet meer in de hand had. De huwelijksjubilea 25, 50 en 60 jaar hebben jullie gevierd. De tijd sloop voorbij.

Dat je gezondheid door de tijd verminderde had je net als wij wel in de gaten. De woningen die je bewoonde werden regelmatig bezocht door betrokken en lieve mensen die je wilden helpen. Dat was wat jij ook zou hebben gedaan. Naar het verzorgingstehuis, omdat jullie dan bij elkaar konden blijven, nog steeds met z’n tweeën, niet alleen. Met degene die je ruim 60 jaar heeft vergezeld in dit leven. En met elkaar herinneringen ophalen natuurlijk. Over het verleden en de verhalen uit ‘t Zand en Noordwijk ging het dan ook vaak.

Je gezondheid liet langzaam te wensen over. Ook al zei je vaak; -het gaat goed hoor-, was het niet zo makkelijk, maar klagen deed je niet. Het komt wel goed, vanzelf! Een mooi en eerlijk leven heb je geleefd. Je hoop en vertrouwen was je ooit te zullen voegen bij het gezin waaruit jij vandaan kwam. En als de tijd zo genadeloos door blijft gaan, dan neem ik aan dat wij dat, ergens in de toekomst, ook zullen doen. De tijd zal het ons leren, onverbiddelijk.

Bedankt voor alles.