In Memoriam

T.M. Ruigrok-Konijn

* 1 januari 1932 - † 28 februari 2019

Tijd is onverbiddelijk.  Ik hoorde je laatst zeggen dat je wilde dat je weer twintig was. Dat zal niet meer zo zijn, al zou ik het je van harte gunnen. Geboren op 1 januari 1932 in het nabijgelegen ‘t Zand. Kind van een bakkersfamilie, jongste dochter van Alida en Hil en zus van Nel, Siem, Hil, Lien en Fie. Jij bent de laatste van jullie gezin die, naar je altijd hoopte, weer met elkaar verenigd zal worden. Een generatie is ingehaald door de voortschrijdende tijd.

Tijd is onverbiddelijk, want weet je nog dat jij opgroeide in een tijd waarin alles op z’n kop stond, je jullie ouderlijk huis met regelmaat moest verlaten door de oorlogsomstandigheden, maar dat er door jullie altijd weer een oplossing werd gevonden om weer terug te keren? Dat de omgeving waar je woonde je ruimte bood om op te groeien. Dat brood bakken en in een eerste levensbehoefte voorzien van velen, gewoon heel hard werken was in de bakkerij. En dat ieder en dus jij ook daaraan je steentje bijdroeg.

Een tijd ook waarin de zorg voor elkaar een onderdeel van je leven was. Als jong meisje op de fiets van ‘t Zand naar Wervershoof. Om iets te brengen uit jullie groente- en fruittuin of een helpende hand uit te steken bij jouw zus. Omdat dat nou eenmaal was wat je deed voor je familie. Ook het bakkersleven vroeg om uithoudingsvermogen. Mee met vader of zelf brood rondbrengen in de omgeving. Of zelfs huur ophalen als jonge meid van de huisjes van je vader.

In deze regio heb je je jonge jaren doorgebracht, ben je verliefd geworden en getrouwd. Een leven van zorgen en werken aan een toekomst voor man en bedrijf in Breezand. Vele uren besteed daarin terwijl de tijd onverbiddelijk doortikte. Gezelligheid met jullie opgroeiende gezin en zorgen in en om de bollen. Een gezin dat er opgroeide en ook weer uitvloog, waardoor nog maar eens duidelijk werd dat de tijd niet te stoppen was, maar snel doorging.

Na het leven in en voor het bedrijf kwam de tijd voor jezelf en je man. Doen waar je zin in had, je tuin, je plek aan de Meerweg en je tijd voor je kleinkinderen. Je hebt ze allemaal mogen zien opgroeien en over de vloer zien komen. Zelfs achterkleinkinderen kwamen er. Betrokken en stil genietend. Ze worden zo groot zei je, een teken dat je de tijd niet meer in de hand had. De huwelijksjubilea 25, 50 en 60 jaar hebben jullie gevierd. De tijd sloop voorbij.

Dat je gezondheid door de tijd verminderde had je net als wij wel in de gaten. De woningen die je bewoonde werden regelmatig bezocht door betrokken en lieve mensen die je wilden helpen. Dat was wat jij ook zou hebben gedaan. Naar het verzorgingstehuis, omdat jullie dan bij elkaar konden blijven, nog steeds met z’n tweeën, niet alleen. Met degene die je ruim 60 jaar heeft vergezeld in dit leven. En met elkaar herinneringen ophalen natuurlijk. Over het verleden en de verhalen uit ‘t Zand en Noordwijk ging het dan ook vaak.

Je gezondheid liet langzaam te wensen over. Ook al zei je vaak; -het gaat goed hoor-, was het niet zo makkelijk, maar klagen deed je niet. Het komt wel goed, vanzelf! Een mooi en eerlijk leven heb je geleefd. Je hoop en vertrouwen was je ooit te zullen voegen bij het gezin waaruit jij vandaan kwam. En als de tijd zo genadeloos door blijft gaan, dan neem ik aan dat wij dat, ergens in de toekomst, ook zullen doen. De tijd zal het ons leren, onverbiddelijk.

Bedankt voor alles.

 

Rie Kloosterman-Smakman

* 27 juni 1929 - † 20 februari 2019

Maria Theresia Smakman werd op 27 juni 1929 geboren als tweede kind van Hendrika van Kampen en Theodorus Cornelis Smakman in Lisserbroek. Ze kreeg de roepnaam Rie. Na haar geboorte werden er nog vijf kinderen in Breezand geboren. De laatste twee kinderen, Jantje en Corrie, zijn kort na de geboorte overleden.

In haar eerste levensjaar verhuisde het gezin naar de ’t Zwarte Padje, de Wijdenes Spaansweg. In 1936, ze was toen zes jaar, overleed haar moeder. Na de lagere school de St Jan, waarvan het laatste jaar door de oorlog grotendeels verloren ging, heeft ze de naaischool en Engelse les gevolgd. Kinderen moesten in die tijd zo snel mogelijk helpen de kost te verdienen.

Los van hulp in de huishouding op diverse plaatsen, heeft ze gewerkt bij Braam, de gebakzaak van Philips in Alkmaar en in een gebakzaak in Den Helder. Op 17 april 1956 trouwde ze met Theo Kloosterman. Ze gingen wonen in de ouderlijke boerderij van de Kloostermannen op Schorweg 12. Daar werden drie dochters en twee zonen geboren. In 1970 verhuisden ze naar de overkant, naar nr. 41.

Ze heeft altijd gezorgd voor het gezin, was de kracht op de achtergrond bij het bedrijf en ze hielp vanaf het begin van de Bloemendagen met het maken van mozaïeken, die voor het huis aan de Schorweg hebben gestaan. Het is altijd hard werken geweest. Haar man was veel op het bedrijf aan het werk of bezig met vele bestuurszaken. In de avonden dat ze dan alleen met de kinderen thuis was, zat ze steevast achter de naaimachine om de kleding, naar de laatste mode, voor de kinderen te maken of te verstellen.

Ze was een grote Maria vereerster. Zo ging ze meermaals op Bedevaart en kon ze geen Mariakapel voorbij zonder even te stoppen en een kaarsje te branden. Haar leven heeft altijd in het teken gestaan van het geloof. Daar putte ze veel kracht uit. Ze heeft er veel van gekregen maar ook teruggegeven. Zo is ze altijd heel actief geweest voor de kerk en later ook voor de Zonnebloem, nam ze jaren deel aan een werkgroep van de Raad van Kerken en de Liturgische werkgroep en heeft ze mede de Communiegroep en later de vieringen in de Carrousel opgezet. Ook was ze al op jonge leeftijd betrokken bij het kerkwerken en heeft ze jarenlang gezongen in het dameskoor van deze kerk.

In de tachtiger jaren kreeg haar man last van de ziekte van Ménière. Dat was ook een hele heftige tijd voor haar. Jarenlang heeft ze de zorg voor hem op zich genomen als hij soms dagenlang geen licht of beweging kon velen. Toen zijn ziekte wat begon af te vlakken en minder heftig werd, gingen ze er veelvuldig op uit met de caravan. Ze hebben heel Europa doorkruist en vonden het heerlijk met andere mensen nieuwe plaatsen te ontdekken en om ‘s avonds bij de caravan met mensen te praten, spelletjes te doen en te genieten van het weer en het uitzicht. In die tijd hebben ze echt genoten van het leven. Gezelligheid was een van haar basisbehoeften.

Enkele jaren geleden begon haar gezondheid achteruit te gaan, hartproblemen en, in haar 87ste levensjaar, uiteindelijk een amputatie van haar linker onderbeen. Ze kwam voor de revalidatie terecht in Den Koogh. Daar bleek weer haar veerkracht. Ze ging vol voor het lopen met een prothese en ging bijna lopend weer naar huis. Thuis bleef al snel de rollator staan en liep ze los door het huis. Opgeven was geen optie.

In juni 2018 wilde ze graag bediend worden. Op een avond is ze in het bijzijn van de kinderen door pastoor van der Stok voorzien van de Ziekenzalving. Het hart en ontstekingen aan haar andere been maakten dat ze de controle begon te verliezen. Ze waren vast van plan samen tot het einde aan de Schorweg te blijven. Vooral haar man en de dochters, maar ook de medewerkers van de Omring, hebben enorm veel energie gestoken in het handhaven van haar welzijn.

Uiteindelijk was de gang naar de Hospice onvermijdelijk. Hoewel het haar enorm veel pijn deed de Schorweg te moeten verlaten, was ze wel zo realistisch. Hier liet ze zich liefdevol verzorgen door de verpleging en vrijwilligers in de mooie hospice in Den Helder. Na een opleving in de eerste week begonnen de krachten langzaam weg te vloeien. Nadat het hele gezin compleet bij haar was, heeft ze schoorvoetend haar strijd opgegeven en is ze rustig ingeslapen. Op 26 februari hebben wij haar begraven op het kerkhof naast de kerk.