De Kerk

St. Jan bij nachtDe kerk is gebouwd in 1931 door architect de Vries uit Rotterdam. Een parochiekerk heeft meestal een heilige als patroon, als beschermheer. Voor deze kerk en parochie is dat Johannes de Evangelist. Deze evangelist wordt vaak afgebeeld met adelaarsvleugels. Dit symbool vindt u onder andere terug op de rugleuning van een stoel op het priesterkoor.

Sanctus FortisBoven de entree van de kerk, op de lateien de teksten: SANCTUS IMMORTALIS (Heilige Onsterfelijke), SANCTUS DEUS = (Heilige God), SANCTUS FORTIS (Heilige Sterkte). Dit driemaal heilig komt uit het roepingvisioen van de profeet Jesaja.

In de muur zijn op 12 plaatsen gouden kruisjes aangebracht in een wijnrood veld. Op deze plaatsen is de kerk gezalfd bij de ingebruikname, de kerkwijding. Het getal 12 verwijst naar de 12 stammen van Israel en de 12 apostelen. Verder hangen er 14 schilderijen waarop de lijdensweg van Christus is afgebeeld. Deze worden dan ook Kruiswegstaties genoemd.

Voorin de kerk, in het liturgisch centrum (vroeger priesterkoor genoemd) zijn twee altaartafels. Daaraan is de ontwikkeling van de liturgie af te lezen. Het oudste altaar (uit 1950) is in de apsis en werd tot eind jaren ’60 gebruikt tijdens Eucharistievieringen. De altaartreden suggereren de Calvariehoogte en in de voet van het altaar is een mand met brood en vis. Dit verwijst naar de wonderbare broodvermenigvuldiging. Boven dit oudste altaar is de gekruisigde Christus, zijn moeder Maria en de apostel Johannes te zien.

AltaarDe tweede altaartafel wordt gebruikt vanaf 1968. Het onderste deel is afkomstig van de vroegere preekstoel. Dat is te zien aan de afbeeldingen: “Ik ben de goede herder. Mijn schapen luisteren naar mijn stem” (Johannes 20). Op de voorzijde houdt Christus een boek open met daarin de Alpha en de Omega, de eerste en laatste letter van het Griekse alfabet. Dit verwijst naar de volledige boodschap die Hij ons bracht. De teksten in de bovenrand verwijzen ook naar de verkondiging: "Timorem Domini docebo vos" (Ik onderwijs jullie de wet des Heren) Ego sum via veritas et vita (Ik ben de weg, de waarheid en het leven) Venite filii audite me (komt geliefden luistert naar Mij).

Links voorin de kerk, de gebrandschilderde ramen met het “Mirakel van Amsterdam”. Dit verwijst naar een wonder dat in 1345 in Amsterdam heeft plaatsgevonden. De teksten in de twee vensters daarnaast komen uit het gezang “Adoro te” (ik aanbid, Godheid). Deze ramen stammen uit 1949 en zijn geschonken door het toenmalige Genootschap De Stille Omgang.

De glas-in-loodramen in de toren boven het koor (entree), zijn in 1952 aangebracht en hebben de beeltenis van St. Cecilia, patrones van de zangers en paus en kerkvader Gregorius de Grote (590-604) die een belangrijke liturgiehervorming heeft aangebracht door o.a. de verspreiding van de gregoriaanse kerkmuziek.

In de zijmuren van het achterste gedeelte van de kerk zijn aan weerskanten gebrandschilderde ramen boven de vroegere biecht-stoelen. Rechts: de boetvaardige zondares die Jezus’ voeten zalfde en vergeving ontving (Lukas 7). Daarnaast de priester Nepomicenus met zijn vinger op de mond. Deze Boheemse martelaar bewaarde zijn ambtsgeheim voor de rechter. Hier tegenover: de verloren zoon die neerknielt voor zijn barmhartige vader (Lukas 15).

De paaskaars staat bij de doopvont. Ieder jaar wordt een nieuwe kaars ontstoken in de paasnachtviering. De vijf wierooknagels in de paaskaars verwijzen naar de vijf wonden van Christus. De kleine luidklok hangt voorin de kerk: dit is het eerste klokje van de parochie. Het werd geluid bij de noodkerk van 1928 tot 1931. In de kerk staat ook een wierookvat: wierook is een teken van ons opstijgend gebed en wordt gebrand in vieringen op grote feestdagen en bij begrafenisplechtigheden.

Achterin de kerk hangt een icoon van Maria van Altijddurende Bijstand. Rechts voorin staat een beeld van Maria, de maan onder haar voeten (Openbaring 12:1) en met een voet op de kop van een slang, volgens Genesis 315 “God sprak tot de slang: vijandschap sticht ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Het zal uw kop bedreigen en gij zijn hiel”. Links voorin staat het beeld van Jozef, Mattheus schrijft dat hij rechtschapen was. De lelie is het symbool van zuivere rechtschapen-heid. Hij was timmerman, vandaar dat de rechthoek in zijn andere hand te zien is.